Start
Melkquotareglementering PDF Afdrukken E-mail

in voege vanaf 1 april 2009

Inleiding

Om een ‘landing’ van het melkquotum te verzachten en in een poging om de melkquotumreglementering aan te passen aan de huidige economische malaise heeft de Vlaamse regering met ingang van 1 april 2009 de melkquotumreglementering gewijzigd. Als geheugensteuntje geven we hieronder een samenvatting van de melkquotumreglementering zoals hij in voege wordt op 1 april 2009. Voor gedetailleerde informatie verwijzen we u graag naar onze regioverantwoordelijken.

Vooreerst willen we u enkele begrippen verduidelijken:

posa pavimenti De quotaregeling is van toepassing op iedere melkproducent die:
- ofwel koemelk levert aan een koper (leveringen aan zuivelfabriek);
- ofwel koemelk rechtstreeks voor consumptie verkoopt (rechtstreekse verkoop);
- ofwel behandelde of verwerkte melk levert aan een koper.
Volle melk dat het bedrijf niet verlaat, (veevoeding) valt niet onder de melkquotumreglementering.

De definities van producent, bedrijf en productie-eenheid houden in dat er een aantal verplichte verbanden moeten bestaan:
- per producent is er slechts 1 bedrijf en per bedrijf is er slechts 1 producent,
- per productieeenheid kan er op eenzelfde tijdstip slechts 1 producent zijn,
- per producent kunnen er gelijktijdig meerdere productie-eenheden zijn.

Een melkproducent die een heel melkjaar lang geen leveringen en/of thuisverkoop doet, verliest na afloop van dat jaar zijn quotum.

In de melkquotumreglementering kennen we begrippen zoals superheffing, verevening en franchise.

Er is een superheffing verschuldigd op de hoeveelheden koemelk die een producent gedurende een quotumjaar (1 april tot en met 31 maart):
- ofwel leverde boven zijn toegekend quotum ‘leveringen’;
- ofwel rechtstreeks verkocht boven zijn toegekend quotum ‘rechtstreekse verkoop’.

De E.U. schrijft voor dat de eindafrekening van de superheffing steeds dient te gebeuren op nationaal lidstaatniveau. Gebeurlijke saldi op de geïnde superheffing worden herverdeeld aan die producenten die sinds 31 maart 2000 hun individueel quotum vermeerderd met 15.000 liter niet hebben overschreden, de zogenaamde ‘verevening’ Voor de ‘rechtstreekse verkopen’ is de vastgestelde nationale quotahoeveelheid nog nooit overschreden.

Osmose of overheveling van melkquota van ‘rechtstreekse verkoop’ naar ‘leveringen’, of omgekeerd, is mogelijk voor producenten die tezelfdertijd beschikken over een quotum voor ‘leveringen’ en een quotum voor ‘rechtstreekse verkoop’.

Leasing/verleasing in geval van overmacht is enkel in uitzonderlijke gevallen van overmachtsituaties mogelijk : overlijden, zware ziekte, dierenziekte of vernietiging van gebouwen.

Hierbij dient aan twee voorwaarden voldaan worden:
- er moet een terugval van de leveringen zijn niet minstens 50% gedurende minimum 3 opéénvolgende maanden,
- de melkactiviteit moet binnen het volgende quotumjaar hervat worden.

Aan leasen of verleasen zijn voortaan geen beperkingen meer opgelegd wat betreft de hoeveelheid.

Melkquotumfonds

Een belangrijk instrument in de ganse quotumreglementering is het quotumfonds. Het quotumfonds is opgericht als rechtstreeks alternatief voor de vroegere volledig vrije quotummarkt. Het quotumfonds is een instrument ter garantie van een zekere vorm van solidariteit.

Het melkquotumfonds verkrijgt de te verdelen quota van verkopers die wensen deel te nemen aan de vrije markt.  De verkopers dienen minimaal 40% van hun quotum af te staan aan het fonds alvorens de resterende maximale 60% vrij te kunnen verkopen. Let op, alle sinds 1996 uit het quotumfonds verkregen liters moeten opnieuw aangeboden worden aan het quotumfonds alvorens de betreffende 40%-regel kan toegepast worden!

Daarnaast is het quotumfonds tot 30 november van ieder melkjaar toegankelijk, voor zowel verkopers als kandidaat-kopers . Als algemene regel geldt dat de combinatie 40% quotumfonds/60% vrije mobiliteit dient te gebeuren in de loop van een zelfde campagne. De 40% vrijmaking aan het quotumfonds dient te gebeuren vóór 30 november.

Producenten die hun quotum, of een gedeelte ervan, overlaten aan het quotumfonds doen dit zonder enige grondgebondenheid. Het quotumfonds keert een vergoeding uit aan de verkoper. Deze vergoeding wordt vanaf 01/04/2009 sterk verminderd.

lnIeveringsjaar   Quotumfondsvergoeding van melk
2009-2010               0,1825 euro/liter
2010-2011               0,1200 euro/liter
2011-2012               0,0600 euro/liter

Belangrijk te weten is dat de vergoedingen onbelast zijn. Daarentegen zijn de aankopen via het fonds fiscaal afschrijfbaar.

Om bij het quotumfonds als koper aanvaard te worden moet voldaan zijn aan volgende voorwaarden:
- De kandidaat-kopers moeten landbouwer in hoofdberoep
- Het reeds aanwezige totale quotum bij de kandidaat-kopers mag voor herverdeling niet groter zijn dan 20.000 liter per hectare bedrijfsoppervlakte.
- De kandidaat-kopers mogen tijdens liet lopende en de 2 vorige melkjaren nog geen quotum hebben overgelaten en /of afgestaan aan het quotumfonds.
- De kandidaat-kopers moeten het hen toegewezen quotum uit het quotumfonds betalen binnen de 30 dagen.
- De kandidaat-kopers mogen tijdens de lopende campagne nog geen ander quotumdossier tot overname in cumul hebben ingediend.
- De kandidaat-kopers uit het fonds mogen geen quotum verhuren tijdens de lopende campagne.
- De uit het fonds verkregen quota moeten bij overdracht naar vreemden terug naar het fonds.

Quotumoverdrachten

Naast de vrije verkoop (60/40) zijn melkquota definitief overdraagbaar, hetzij via ‘eerste installatie’, hetzij via ‘familieverwantschap’, hetzij via ‘overdracht tussen derden’.

De overdracht van melkquota via een eerste installatie of cumul gebeurt steeds via een voorafgaandelijke overdracht van gronden dienstig voor de melkproductie. Deze gronden moeten gelegen zijn op Belgisch grondgebied. De overdracht kan zich maar voltrekken tussen producenten in Vlaanderen. Men dient rekening te houden met de 30-kilometer-zone.

De regel is vrij eenvoudig: de locatie van de overlater moet zich bevinden binnen de 30-km-zone van de locatie van de overnemer; met locatie wordt bedoeld de historische referentieplaats van het betreffende quotum.

Eerste installaties zijn per definitie alle situaties waarbij een producent die nog over geen quotum beschikt zich een quotum aanschaft en start met de uitbating van een melkveebedrijf. De reglementering voorziet in 2 mogelijke vormen van eerste installaties: een bedrijfsovername of een bedrijfsoprichting.

Een eerste installatie via een overname van een bedrijf kan zich enkel voordoen als overname van een volledig bedrijf, bestaande uit 1 of meerdere productie-eenheden, waarbij alle productiemiddelen zijn betrokken (gebouwen, melkinstallaties, koeltank, gronden, koeien en quotum). Dit volledige bedrijf met zijn mogelijks diverse productie-eenheden dient zich te bevinden binnen eenzelfde 30-kilometer-zone. De overnemer van de melkproductie moet het overgenomen bedrijf NIET MEER gedurende  5 jaar verder uitbaten.

Een eerste installatie via de oprichting van een bedrijf kan zich enkel voordoen in geval een producent zich in eerste installatie vestigt, vb een akkerbouwbedrijf, vleesveebedrijf.

Samenvoeging van quota in familieverband en tussen ‘derden’

De wetgever maakt een duidelijk onderscheid tussen het samenvoegen van quota in familieverband en het samenvoegen van quota tussen vreemden. Vrije transfermogelijkheden voor melkquota zijn mogelijk tussen familieverwanten.De familieverwantschap heeft betrekking op eerste- en tweedegraadsverwanten, ook binnen vennootschapsvormen.

Verkopers die hun quotum wensen over te laten in cumul aan vreemden moeten voorafgaand aan de vrije overdracht en uiterlijk vóór 30 november minimaal 40% van hun totale quotumhoeveelheid afstaan aan het quotumfonds. Alle aanwezige quota die van origine afkomstig zijn uit een eerdere bevoorrading uit het Fonds komen niet in aanmerking voor de vaststelling van deze 40% en dienen integraal - bovenop de 40% - terug bij het quotumfonds ingeleverd te worden.

De overlaters kunnen slechts gebruik maken van de ‘vrije’ mobiliteit op voorwaarde dat zij niet ouder zijn dan 65 jaar op 1 april van de lopende campagne waarin de overdracht gebeurt. In geval van samenuitbating wordt de leeftijd van de jongste in aanmerking genomen.

Nieuw vanaf 6 oktober 2008 is de mogelijkheid tot oprichting van een melkquotaring.

Met het Besluit van de Vlaamse regering van 6 oktober 2008 kunnen voortaan ook melkveehouders die niet in de echt verbonden zijn of zonder familieverwantschap de mogelijkheid benutten om het melkquotum samen uit te baten via een melkquotaring.

Aan de volgende voorwaarden moeten de leden van de melkquotaring voldoen gedurende de periode van de samenwerking:
- Betrokken producenten mogen op 1 april van het tijdvak waarin het samenwerkingscontract van kracht gaat de leeftijd van 65 jaar nog niet bereikt hebben.
- Betrokken producenten moeten bij samenwerking landbouwers in hoofdberoep zijn en blijven tot minimum 1 april 2015.
- Betrokken producenten kunnen na de oprichting van een melkquotaring zelf niet meer gekend zijn als landbouwer.

De melkquota die op dat ogenblik aanwezig zijn binnen deze melkquotaring worden verdeeld volgens de procentuele inbreng van het quotum, zoals vastgelegd in het samenwerkingscontract.

Het samenwerkingscontract vermeld steeds volgende gegevens: 
- De startdatum van de samenwerking
- De duur van de samenwerking, die minstens tot 1 april 2015 duurt 
- De procentuele inbreng van het quotum van de verschillende producenten die het samenwerkingscontract ondertekenen.

De ontbindingsclausule kan opgesteld worden op maat van de beherende partijen en dient enkel de procentuele terugvloei van de quota te voorzien naar de oorspronkelijke inbrengende producenten.

Plafonnering

De overnemer kan slechts zijn bedrijfsquotum, het totaal van zowel quotum voor ‘leveringen’ als voor ‘rechtstreekse verkopen’, uitbreiden tot een bepaald jaarlijks vastgesteld bedrijfsplafond.  De bedrijfsplafonds kunnen jaarlijks aangroeien met 100.000 liter.

De bedrijfsplafonds zijn helemaal niet van toepassing voor overdrachten:
- tussen eerste- en tweedegraadsverwanten
- tussen echtgenoten en waarbij de overlatende partij bestaat uit 1 natuurlijke persoon of een landbouwvennootschap met 1 beherend vennoot.

Leeftijdslimieten

Naast de plafonnering kent de reglementering ook leeftijdslimieten.

Om quotum te kunnen overnemen mag de leeftijd van 65 jaar op 1 april van het volgende melkjaar niet bereikt zijn. Deze bepaling is eveneens van toepassing van zodra 1 iemand uit een groepering en/of rechtspersoon niet voldoet aan de gestelde leeftijdslimiet. De leeftijd van de oudste is bepalend! Uitzondering op de 65-jaar-limiet geldt in geval de betrokken overnemer, ouder dan 65 jaar, gedurende de voorbije 3 campagnes ononderbroken landbouwer in hoofdberoep was en bleef.

Om quotum via de 40/60-regeling te kunnen overlaten mag de overlater niet ouder zijn dan 65 jaar bij aanvang van het lopende melkjaar. In geval van groeperingen of landbouwvennootschappen is het de leeftijd van de jongste persoon/vennoot die in aanmerking wordt genomen.

Belangrijk data

Tot slot vermelden we, samenvattend, de belangrijkste data uit de melkquotaregeling samen.

31 juli: Einddatum voor aanvragen tot definitieve osmose, behoudens in geval van verkoop aan het fonds waarvoor de datum van 30 november geldt.

30 november: Einddatum voor indienen van mobiliteitsdossiers. Einddatum voor verkopers en kandidaat-kopers aan het quotumfonds.

30 april van het volgende melkjaar: Einddatum voor aanvraag tijdelijke osmose.

Belangrijkste wijzigingen in de melkquotumreglementering van 01/04/09

Quotumprijs in quotumfonds


De voorgestelde prijsdaling uit het stappenplan is gezien de crisis en de Health Check beslissing (5 keer 1% verhoging en verlaging vetcorrectiecoëfficiënt) niet meer marktconform. De prijs van quo-tum verhandeld via het quotum-fonds zal sneller moeten dalen dan voorzien in het oorspronkelijke stappenplan.

Voor de vrijgemaakte referentiehoeveelheid bedraagt de vergoeding:
• Vanaf 1 april 2009: 0,1825 euro per liter melk (voorheen 0,2450 euro/liter)
• Vanaf 1 april 2010: 0,1200 euro per liter melk (voorheen 0,1825 euro/liter)
• Vanaf 1 april 2011: 0,0600 euro per liter melk (voorheen 0,1200 euro/liter)

Het is zeer onwaarschijnlijk dat het in Verordening (EG) nr. 1234/2007 bepaalde nationale quotum volledig wordt volgemolken. Veel producenten zien daarom ook het nut niet meer in om bijkomend te investeren in de aankoop van melkquotum uit het quotumfonds. Het is ook onverantwoord dat de prijs van het quotum op een kunstmatig hoog niveau wordt gehouden wetende dat de quota zullen verdwijnen in 2015. Vanuit bedrijfseconomisch standpunt is dit onaanvaardbaar.

Tot op heden wordt het bedrag van de vergoeding verhoogd of verlaagd afhankelijk van het representatieve vetgehalte van de referentiehoe-veelheid voor leveringen, vermeld in artikel 2, a rato van 0,0002 euro per 0,01gram vet boven of onder de 37 gram.

Het risico bestaat dat door een gebrek aan interesse de aangeboden hoeveelheid aan het quo-tumfonds groter is dan de vraag naar aankoop van quotum. Om ervoor te zorgen dat er geen overschot in het quotumfonds achterblijft, wordt het verschil tussen de aangeboden en gevraagde hoeveelheid, indien dit verschil positief is, toegevoegd aan de reserve.

De vergoeding die de producent ontvangt wordt beperkt tot de daadwerkelijk verkochte hoeveelheid.

De hoeveelheid die is aangeboden maar niet kan worden verkocht, wordt toegevoegd aan de nationale reserve. Bij de berekening van de heffing wordt deze reserve in rekening gebracht en op die manier verdeeld over alle producenten.

Afschaffing van 5-jarenverplichting

Momenteel geldt bij een overname van quotum de regel dat 40% van de overgenomen hoeveelheid via het quotumfonds moet worden verhandeld en 60% via de vrije markt.

Deze regel is niet van toepassing bij een eerste installatie, mits de voorwaarde wordt gerespecteerd dat er 5 jaar geproduceerd wordt op het bewuste melkveebedrijf. Daarna kan dit quotum eventueel samengevoegd worden met dat van een echtgenoot of eerstegraadsverwant (dus zonder dat hier de 40/60 regel speelt en ook zonder plafond).

Argumenten pro-afschaffing 5 jaar verplichting:
• Arbeid is een beperkte factor - arbeid moet op een efficiënte manier kunnen verdeeld worden, ook voor degene die binnen de 5 jaar verplichting zitten.
• Bevordering van samenwerking buiten de ingewikkelde juridische structuur van melkquotaringen. De randvoorwaarden voor samenwerking binnen de MQR zijn te beperkend.
• Mogelijkheid om kostprijs van productie te drukken (efficiëntere productie in een periode van lage prijzen is essentieel), kostenverlaging (FAVV, Rendac, MCC, dubbele mest- en ALV administratie, dubbele infrastructuur voor melken en melkkoeling,…)
• Het is een sociale maatregel voor de melkveehouders die op dit ogenblik hun Q zouden moeten verkopen doordat ze over te weinig Q beschikken (problemen met lage prijzen, melkophaling, financiële crisis, …)
• Onverantwoorde investeringen qua kwaliteit => investering moet op 2 plaatsen gebeuren.
• Administratieve vereenvoudiging
• Volgens de voorlopige cijfers gaat dit over een beperkt aantal bedrijven
• Grondgebondenheid van max. 20.000 liter/ha blijft bestaan, dus aan het duurzaamheidsaspect van melkveehouderij wordt niet geraakt
• De mobiliteiten (aanvraag tot aankoop) zullen vanaf het melkjaar dat start op 01/04/2009 door de marktomstandigheden (uitbreiding quotum, verlaging vetcorrectiecoëfficiënt en lage prijzen) sowieso sterk verminderen.

Argumenten contra- afschaffing 5 jaar verplichting:
• Quotumoverdracht in cumul via de 40/60 regel zal minder gebeuren als de 5 jaar verplichting wordt afgeschaft toch mag er door artikel 5 4bis dit quotum gedurende het lopende tijdvak en het volgende tijdvak niet overgelaten worden. Dit verhindert dat er kan overgenomen worden en onmiddellijk overgelaten.

Uitbreiding familiaal verwantschap

Een verdere versoepeling in de basisreglementering is kostenbeperkend en daarom ook aangewezen. Naast het schrappen van de 5 jaar verplichting wordt daarom voorgesteld de uitzonderingen die er op dit ogenblik zijn voor echtgenoten en eerstegraadsverwanten uit te breiden naar 2de graadsverwantschappen. Dit ook vanuit het kostbesparende oogpunt.

Versoepeling bij opstart van melkquotaring

De huidige bepaling dat de startdatum altijd op 1 april van het jaar moet vallen, wordt geschrapt. Hierdoor wordt het voor de producenten die een melkquotaring willen vormen, eenvoudiger omdat de opstartdatum zo kan vastgelegd worden in functie van andere nog over te dragen zaken (zoals bv toeslagrechten). Dit brengt geen extra administratieve lasten voor de overheid met zich mee.

Schrappen van 9-jaar verplichting bij overdracht in cumul

De huidige bepaling stelt dat een producent die zijn quotum in cumul overlaat (dwz het quotum wordt samengevoegd met een ander quotum)gedurende 9 jaar geen producent meer mag zijn en dat de exploitatie waarop de producent actief was, gedurende 9 jaar niet meer kan gebruikt worden.

Hierdoor worden bijvoorbeeld producenten tegengehouden die willen verhuizen naar een beter gelegen bedrijf. Ook eigenaars worden zo bij het stoppen van de pachter geconfronteerd met een bedrijf waarop 9 jaar geen melkproductie zou mogen worden uitgevoerd en de melkinstallatie niet kan worden gebruikt. Het schrappen van de bepaling heeft geen invloed op de quotumregelementering.

 
< Vorige   Volgende >