| Milieuvergunningenpiek |
|
|
|
Wat wordt verstaan onder milieuvergunningenpiek?Het Milieuvergunningsdecreet en VLAREM integreerden in 1991 verschillende van de voorheen bestaande vergunningstelsels, waaronder het stelsel inzake de lozingvergunningen (wet Oppervlaktewateren) en het stelsel inzake de exploitatievergunningen voor de gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen (ARAB), tot één milieuvergunningstelsel. Onder de toepassing van de oorspronkelijke vergunningstelsels werden nog vergunningen verleend voor een vergunningstermijn van dertig jaar (ARAB-vergunning) of voor een onbeperkte termijn (lozingsvergunning). Vanaf 1 september 1991 werden de milieuvergunningen afgeleverd voor een vergunningstermijn van ten hoogste twintig jaar. Naar analogie met de regeling voor de milieuvergunning werd in artikel 44 van het Milieuvergunningsdecreet bepaald dat de vergunningstermijn van alle vóór 1 september 1991 afgeleverde vergunningen beperkt is tot ten hoogste twintig jaar, te tellen vanaf 1 september 1991. Eveneens werd een regeling getroffen voor de vergunningen die vanaf 1 september 1991 nog zouden worden afgeleverd als gevolg van een vóór die datum ingediende milieuvergunningsaanvraag. Hiertoe werd in artikel 43 van het Milieuvergunningsdecreet bepaald dat ook de vergunningstermijn van de vanaf 1 september 1991 te verlenen vergunningen nog hooguit twintig jaar kon bedragen. Het gevolg van die bepalingen uit het Milieuvergunningsdecreet is dat nu - twintig jaar later - meerdere duizenden nog bestaande oude ARAB- en lozingsvergunningen op hetzelfde tijdstip komen te vervallen (1 september 2011). Het lijdt geen twijfel dat indien al de aanvragen tot het hernieuwen van die vergunningen in dezelfde periode worden ingediend er zich een uitzonderlijke piek in het aantal door de overheid te behandelen milieuvergunningdossiers zal voordoen. Als gevolg daarvan zou de overheid ongetwijfeld in een situatie verzeild raken waarbij het haar niet meer mogelijk is de vergunningsaanvragen binnen de voorgeschreven termijnen te behandelen. Verschillende van de proceduretermijnen zijn bindend voor de overheid en bijvoorbeeld het niet respecteren van de beslissingstermijn in eerste aanleg wordt gesanctioneerd door een stilzwijgende weigeringbeslissing. Bijgevolg zou de vergunningenpiek niet alleen aanleiding geven tot grote vertragingen in de afhandeling van de dossiers maar eveneens tot bijkomende beroepsprocedures tegen stilzwijgende weigeringbeslissingen, hetgeen een grote rechtsonzekerheid bij de exploitanten over de verdere exploitatie van hun inrichting zou veroorzaken. Het moet ook gezegd dat het leefmilieu geen baat heeft bij een mogelijks oppervlakkige behandeling van de aanvragen als gevolg van de grote aantallen te behandelen dossiers. Het risico is in dat geval latent aanwezig dat de hinder en de gevaren verbonden aan de exploitatie onvoldoende worden ingeschat of dat niet de juiste milieuvoorwaarden worden opgelegd ter bescherming van het leefmilieu. Welke zijn de maatregelen tot aanpak van de milieuvergunningenpiek?Het door de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement aangenomen voorstel van decreet bevat zowel de maatregelen die inwerken op de nog bestaande lopende vergunningen als de maatregelen die te maken hebben met de procedures bij het hervergunnen.
1. De vergunningstermijn van de oorspronkelijke vergunningen wordt (beperkt) hersteld.
2. Er komen aangepaste behandelingstermijnen.
3. Exploitant mag verder exploiteren tot definitieve uitspraak over de hervergunningsaanvraag. Wanneer treden de nieuwe bepalingen in werking?Na de bekrachtiging en afkondiging door de Vlaamse Regering zal het decreet worden gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. De inwerkingtreding is voorzien vanaf de eerste dag van publicatie in het Belgisch Staatblad, met uitzondering van de bepalingen die betrekking hebben op de milieuvergunningendatabank. Deze laatste treden op een door de Vlaamse Regering nader te bepalen datum in werking. Bron: LNE |
| < Vorige |
|---|





